1 augustus
Angst overwinnen is het begin van wijsheid
Krijg nou wat: een Amsterdamse sticker die mij van vreugde vervult. Oké, hij is ieniemienie, maar wie het kleine niet eert, nou ja, vul maar in. En hij hangt toch maar mooi aan een lantaarnpaal in het centrum van Hamasterdam.
„ISRAËL”, staat aan de onderkant.
De tekst is pro-Joods en dat is best bijzonder in ons geliefde hoofdgehucht, dat met name na de Jodenjacht in de nacht van 7 op 8 november 2024, na Ajax-Maccabi, bovenstaande bijnaam verwierf. Een boomlange medewerker van de kroeg naast de lantaarnpaal benadrukt dat hij de sticker zojuist voor alle zekerheid voorzichtig heeft losgetrokken en zeker een meter hoger weer heeft vastgeplakt. „Je weet het nooit met die palliewappies”, grijnst hij.
Ontvouw een landkaart van het Midden-Oosten op je tafel en zie hoe klein Israël is, ingeklemd tussen al die grote boze Arabische buren. Ik zeg dat omdat ik het illustrerend vind dat uitgerekend een pro-Israëlische sticker in de stad die vol hangt met gigantische Jodenhaat bevorderende from-the-river-to-the-sea-posters en -affiches, dit kleine formaat heeft (reken ook maar dat er tijdens de Canal Parade geen enkele boot zal meevaren waarin de Israëlische zaak wordt bepleit).
Maar het stáát er, in het Engels, terwijl rondom de lantaarnpaal de voorbereidingen op de traditionele blotebillenoptocht in volle gang zijn: „Ter ere van Pride Month volgt hier een lijst van alle landen in het Midden-Oosten die het homohuwelijk erkennen.” En daarna dus: „ISRAËL”. Meer niet, omdat de Joodse natie het enige land in die regio is waar de letterbakgemeenschap dezelfde rechten heeft als iedereen.
Lezen jullie even mee, Queers for Palestine?
Het zal je intussen duidelijk zijn: ik wandel weer eens met mijn hondje door Amsterdam, waar veel vaker dan normaal in dit merkwaardige tijdperk mensen van hetzelfde geslacht hand in hand lopen. De sfeer is gemoedelijk, maar als je gesprekken met buurtgenoten voert hoor je toch vaker dan gewoonlijk dat ze de Parade ditmaal overslaan.
De meesten geven het niet toe, maar ze knijpen ‘m. De aanslag in Berlijn van vorige week laat wel degelijk zijn sporen na en de schaamteloze verstoring van donderdag bij de Loods24-herdenking in Rotterdam, óók door autochtone dames die mij doen denken aan de Pax Christi-vrouwen van vroeger wier schuldbesef ook al totaal was doorgeslagen, speelt eveneens een rol.
Ik herken het wel. Een paar weken na de aanslagen met vliegtuigen op het World Trade Centre en het Pentagon in 2001 stapte ik samen met een klein gezelschap op Heathrow Airport aan boord van een 747 die ons naar Montego Bay in Jamaica zou vervoeren. De vlucht van tien uur werd door hevige turbulentie geplaagd en ‘s avonds, toen wij gezamenlijk aan de hotelbar hingen, gaf vrijwel iedereen toe dat het ongemak dat zij erdoor hadden gevoel óók met 9/11 te maken had.
„Wat ga jij doen?” vraagt een andere hondeneigenaar op het Amstelveld.
„Volgens Bertrand Russell is het overwinnen van angst het begin van wijsheid”, antwoord ik.
„Shalom”, glimlacht hij.
Ik wens hem veel plezier.4 augustus
Hoera, code geel is van kracht, op naar het strand!
Mijn ogen openen zich en ik zie door een kier van de gordijnen dat het weliswaar al licht is, maar ook weer niet zo licht dat ik als de wiedeweerga uit mijn bed dien te springen (daar ontwikkel je in de loop der jaren een geoefend oog voor). Ik grijp naar mijn mobieltje, open het, slaak een zucht, leg de telefoon weer weg en draai mij nog eens om.
„Is er wat?” vraagt mijn wederhelft slaperig.
„Code geel”, antwoord ik.
„Krijg nou wat”, lacht zij, waarna zij zich ook omdraait.
Het is ook wel toevallig: de avond tevoren hebben wij het ledigen van een fles Pinot Grigio op ons terras gecombineerd met een discussie over de alsmaar toenemende neiging van Nederlandse overheidslichamen om de bevolking met gebruikmaking van coderingssystemen en alarmeringssignalen te waarschuwen voor ontwikkelingen die extra attentie behoeven indien zij zich daadwerkelijk voordoen.
Ze omschrijven het zelf als ‘risicocommunicatie ter bevordering van de openbare orde, veiligheid en zelfredzaamheid’ en reeds bij het tweede glas wijn kwamen mijn vrouw en ik tot de slotsom dat het de spuigaten uitliep. En ja hoor: nu reeds, de volgende ochtend, blijkt dat voor de zoveelste maal.

