Na vier jaar toch nog een kibbelingproces: ook dat is Nederland
Visboer weigert vrouw in nikaab, in zijn eigen winkel (!), van dienst te zijn en moet zich een eeuwigheid later alsnog bij de rechter verantwoorden. Er bestaat toch zoiets als ondernemersvrijheid?
Telegraaf 31 maart
Vraagje aangaande de kibbelingzaak: kan het betrokken bakje vis straks tijdens de inhoudelijke behandeling bij de rechtbank niet als bewijsstuk worden overlegd?
Ja, u begrijpt het goed: als ik die visboer in Hoek van Holland was geweest - had zomaar gekund, ik behoor tot een roemrucht vishandelarengeslacht - zou ik die portie al die tijd hebben bewaard.
Het incident met de vrouw in de nikaab aan wie deze visboer geen kibbeling wenste te verkopen, werd in eerste instantie zonder vervolgingspoging door het OM afgesloten omdat men begrip had voor zijn verweer dat hij in eigen winkel het recht had om te weten met wie hij van doen had. Het vond plaats in oktober 2022, hetgeen betekent dat het geding dat nu alsnog, op bevel van het gerechtshof (!), namens haar tegen hem wordt aangespannen, pas een kleine vier jaar later een feit wordt. Dat is dermate bizar, dat ik het niet kon laten om bij een van mijn eveneens in vis handelende neven te vragen wat er van gebakken vis overblijft wanneer je het vier jaar lang in de koelkast legt. Antwoord: een zwartbruin residu dat een ondraaglijke stank verspreidt. Hoe mooi zou het niet zijn om dat bakje dan voor de neus van de rechter neer te zetten?
„Hier riekt deze zaak naar, edelachtbare. Ik wens u veel wijsheid toe bij de beoordeling.”
U meent een woordkeuze van revanchistische aard te herkennen? Scherp, mevrouw, scherp! Ik ben inderdaad behoorlijk pro-visboer, niet alleen om familiaire redenen, maar ook omdat er voor mij nog zoiets als ondernemersvrijheid bestaat. Daarnaast heb ik het een beetje gehad met onze wereldvreemde, zich boven alles en iedereen verheven achtende magistratuur, die er bovendien steeds minder problemen mee heeft - stikstof, Urgenda, Shell, asielcrisis, doei trias politica - om op de stoel van de politiek plaats te nemen.
Ter nadere illustratie citeer ik, ingekort, een WNL-bericht van vorige week: „De Raad voor de Rechtspraak is zeer kritisch over het wetsvoorstel om gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties strafbaar te stellen. Het staat ‘op gespannen voet’ met het demonstratierecht.”
Welja joh, laat dat Pallietuig en andersoortig gajes de boel nóg meer lekker anoniem vernielen, zoals bij de UvA, waar voor vier miljoen schade werd aangericht die niet op de daders kon worden verhaald omdat zij zichzelf met hun gezichtsbedekking onherkenbaar hadden gemaakt. Wat maakt het uit, wij betalen het wel, in feite doen wij dat straks ook bij het kibbelingvonnis, lang leve de rechtsstaat.
Vreest u de uitspraak van de rechter eveneens?
Ik wel, in elk geval, bijvoorbeeld omdat rechters in al hun hooghartigheid vaak weigeren in te grijpen als een verdachte zich met gezichtsbedekkende kleding in hun rechtszaal meldt, terwijl dat op die plek juist wél zou moeten: sinds 1 augustus 2019 is dat volgens de Wet Gedeeltelijke Verbod Gezichtsbedekkende Kleding niet meer toegestaan in overheidsgebouwen.
Ook dat is Nederland: indien hem dat belieft, plaatst de edelachtbare zichzelf boven de wet.
Laatste tip van mijn neef: „Mijn collega in Hoek van Holland had tegen die vrouw moeten zeggen dat hij haar de kibbeling wél wilde verkopen, maar alleen als ze ‘m ter plekke nuttigde.”
Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.





Het doorgeslagen wokebeleid.
Knettergek is nog een milde kwalificatie.
Moeten D66 rechters geweest zijn, hoe kan het ook anders, die beheersen sws de rechtspraak