Is het soms cognitieve dissonantie? Het is in elk geval een schande
Drie Telegraaf-columns maar liefst. Dat komt ervan als je weer even dagelijks publiceert omdat je kompaan in het kwaad er tijdelijk vandoor is. Geen zorgen, volgende week maak ik zelf de pleiterik.
Telegraaf 18 mei
Zwijg, verordonneer ik mezelf vaak, wanneer ik door de neiging word besprongen om te reageren op stukken in andere media. Er zijn slechts weinig mensen die meer dan één krant lezen (als ze dat tegenwoordig al doen). Dat soort stukken is daardoor te ‘incrowd’. De ‘nieuwsconsument’ - vreselijk woord - is bovendien maar matig geïnteresseerd in kijkjes in de journalistieke keuken. Om die reden beschouw ik het dagelijkse Mediaforum op Radio 1 ook als overbodig. Bij dat oordeel speelt het stuitende gebrek aan nederigheid bij veel deelnemers trouwens eveneens een rol. Ditmaal reageer ik wél, al is er toch een verschil: ik doe het niet op een stuk dat is gepubliceerd, maar dat juist níet is gepubliceerd. Dat wil zeggen: niet overal. De Telegraaf zette het nieuws volop in de schijnwerpers. De Volkskrant maakte er een kort bericht in the middle of nowhere van. Maar de NOS, Trouw en NRC Handelsblad, die de afgelopen 2 ½ jaar sowieso al zeer eenzijdig over Israël rapporteerden, negeerden het. Ik stel Walter Duranty aan u voor. Als New York Times-correspondent in Moskou won hij in 1932 de Pulitzer Prijs voor een reeks artikelen over het ‘succes’ van Stalins eerste vijfjarenplan. Later bleek dat hij de hongersnood in Oekraïne (de beruchte Holodomor) bewust had verzwegen. Miljoenen Oekraïners stierven, maar Walter schreef dat er ‘geen feitelijke hongersnood’ was. Hij volgde daarmee de officiële Sovjet-propaganda en dat leverde hem Kremlin-privileges op. Werken de 21ste-eeuwse Walter Duranty’s bij de NOS, Trouw en NRC Handelsblad? Ook wanneer duidelijk was dat de Palestijnse propagandamachine op volle toeren draaide en verschillende VN-clubs vooral pallievehikels bleken te zijn, omschreven ze 2 ½ jaar lang elke stinkende Hamas-scheet als een Dior-luchtje en bleven ze de Israëlische interventies in de Gaza-strook in strijd met de waarheid genocide noemen. En wat deden ze vorige week met het uiterst zorgvuldige, liefst 300 pagina’s dikke onderzoeksrapport van de Civil Commission on October 7th Crimes by Hamas against Women and Children, een onafhankelijke Israëlische commissie van juridische experts en mensenrechtenadvocaten? Ze lieten het onbesproken, ongetwijfeld tot grote vreugde van de schaamteloze Nakba-vereersters Femke Halsema en Sharon Dijksma, die het afgelopen weekeinde op verschillende manieren blijk gaven van een schrikbarend gebrek aan kennis van zaken. En dat terwijl de onverteerbare verschrikkingen van 7 oktober 2023 in dat rapport gedetailleerder en overtuigender dan ooit worden beschreven. Het ene na het andere bewijs dat de Hamas-terroristen onmenselijke beulen waren, brute verkrachters en wrede moordenaars die niet terugdeinsden voor de smerigste martelingen, wordt erin geleverd. Als je zegt dat het beestenwerk was, beledig je de beesten. Daarom deden ze er blijkbaar niks mee, bij voornoemde media. Daarom zwegen ze tot nu toe wellicht, als ware Walter Duranty’s. Het beeld dat zij over het Gaza-conflict hadden gecreëerd, mocht kennelijk niet worden verstoord. Is het ontkenning? Is het cognitieve dissonantie? Het is in elk geval een schande.
Telegraaf 16 mei
Lang leve het privébezit, ondanks alles
Wat zie ik nou aan die paal hangen? Word ik potdorie in één keer teruggeslingerd naar de jaren zeventig!
Ondanks de regen ben ik aan de wandel. Dat zou de lezer ook eens wat vaker moeten proberen. Het is gezond voor lijf en leden en het verfrist de geest, al zou hij (m/v/x) er dan misschien verstandig aan doen om niet voor de locatie te kiezen waar ik nu ben beland.
Ik loop over het Amsterdamse Frederiksplein, dat dankzij achterstallig gemeentelijk onderhoud, in de breedste zin van het woord, is verworden tot een stadspark waar de groendiensten nog slechts sporadisch actief zijn, waar ratten brutaal tussen het afval snuffelen dat ruw door statiegeldjagers uit de vuilnisbakken is getrokken, waar zwervers c.q. verslaafden ook bij dit slechte weer op de banken overnachten.
Het is een van mijn vaste routes en als mijn vrouw mij vergezelt schudt zij daar negen van de tien keer als een 21ste-eeuwse Elisabeth van Thüringen haar portemonnee leeg zodra die daklozen haar met hun droevige, veelal Oost-Europese ogen beginnen aan te staren.
„Tja, de regen, hè?” zeg ik dan tegen de voorbijgangers die daarbij mijn blik vangen.
„Rain and tears”, zong Demis Roussos 58 jaar terug al met Aphrodite's Child.
Er worden regelmatig affiches aan de lantaarnpaal vastgeplakt. Meestal zijn het noodkreten van honden- en vooral kattenbezitters, wier huisdieren plotseling foetsie zijn. Nu is het iets anders: „Privé-bezit stinkt. De wooncrisis is het kapitalisme zelf. Vernietig het. Leuker kan het niet.” Het staat er in kapitale letters en het voert mij vrijwel onmiddellijk terug naar de tijden dat ik uit hoofde van een vorige journalistieke functie veel bezoeken bracht aan landen achter het IJzeren Gordijn.Daar, in Moskou, Zagreb, Belgrado, Boekarest, Warschau, Oost-Berlijn, Sofia, Tirana, noem maar op, maakte ik óók vaak wandelingen. Wat ik mij daarvan in de eerste plaats herinner waren de gigantische troosteloze betonnen flatgebouwen, waar de overgrote meerderheid van de stedelijke bevolking woonde. Buiten de steden van de communistische landen was privébezit, onder restricties, nog wel toegestaan, maar deze complexen waren zonder uitzondering staatseigendom. Een wooncommissie deelde de woonrechten uit (propiska in de Sovjet Unie) en daarbij telde de loyaliteit van de kandidaten aan de Partij extra mee. In 1986 slaagde ik er via via in een afspraak te maken met een stel dat in zo’n gebouw in Oost-Berlijn woonde. Ze heetten mij na mijn binnenkomst via Checkpoint Charlie van harte welkom, maar toen ik in hun flat een serieus gesprek over hun leefomstandigheden wilde beginnen hield de man met zijn ene hand een wijsvinger voor zijn lippen en wees hij met zijn andere wijsvinger naar het plafond. Stasi, bedoelde hij. Zijn grootse vreugde, later op die dag: dat hij achter het stuur van mijn Opel Kadett mocht plaatsnemen. „Lang leve het privébezit”, zeg ik hier op het Frederiksplein tegen een man met een paraplu en een roestbruine labradoedel. „Ondanks alles.” Ik heb niet de indruk dat hij mij geheel en al begrijpt.
Telegraaf 15 mei
In Nederland praten wij met elkaar
Aan de telefoon Jan Paternotte, fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. Fijn dat u mij te woord wil staan, meneer Paternotte.
„Ik vind het ook heel fijn om met u te praten.”
Dat is precies waarover ik het met u wil hebben. ‘In Nederland praten wij met elkaar’, zei u laatst. Het was uw commentaar op de onlusten over de vestiging van een asielzoekerscentrum in Loosdrecht. Wat is uw definitie van met elkaar praten?
„Nou, wat wij nu aan het doen zijn.”
Het uitwisselen van gedachten?
„Dat hoort u mij niet zeggen.”
Maar dat is toch de essentie van met elkaar praten, meneer Paternotte? Door kritische vragen te stellen, dwingt men elkaar de eigen aannames te onderzoeken, stelde Socrates al. Je moet ook je oor te luisteren kunnen leggen.
„Hè, wat een flauwe woordspeling dit. Nog even en u gaat ook nog zeggen dat ik een en al oor dien te zijn. Wat kan ik er nou aan doen dat de Schepper mij met twee van die twee spinnakers heeft opgezadeld? Hoe dan ook: vergeet niet dat de Socratische methode alweer bijna 2.500 jaar oud is. Waar staat anno 2026 nog geschreven dat als je met iemand praat, dat je dan ook naar die persoon moet luisteren? U kent Hannah Arendt, mag ik aannemen? Zij zag praten als de hoogste vorm van menselijk handelen. Punt.”
Iets zegt mij dat u mevrouw Arendt nu nogal selectief citeert, meneer Paternotte. Maar goed, terug naar het heden. De meeste inwoners van Loosdrecht zijn het niet eens met het besluit om asielzoekers in hun woonplaats onder te brengen. En dan heb ik het dus niet over dat geteisem van Identitair Verzet en dat soort clubs, die voor het geweld verantwoordelijk zijn. Ik heb het over de Loosdrechtenaren zelf, die tot de 75% van de Nederlanders behoren die vinden dat er eindelijk eens iets aan de migranteninstroom moet worden gedaan. Er komen nog steeds bijna 1.000 asielzoekers per week Nederland binnen, die hun paspoorten dan vaak hebben verscheurd omdat dat meer verblijfkansen biedt - hoe cynisch wil je het hebben. De boel staat inmiddels serieus op barsten.
„Daarom staat ons maar één ding te doen: met elkaar praten.”
Maar is het dan niet vreemd, meneer Paternotte, dat u en uw gelijkgestemden juist nergens over wilden praten toen tijdens de studentenrellen naar aanleiding van het Gaza-conflict de halve UvA door de actievoerders werd gesloopt: schade dik vier miljoen euro, door de samenleving te betalen? En dat u er nog steeds hoofdzakelijk het zwijgen toe doet wanneer Extinction Rebellion weer eens een snelweg, gebouw of spoorlijn bezet? Blijkt daar geen ergerlijke eenzijdige verontwaardiging uit?
„Daarom is het een goed idee om met elkaar te gaan praten.”
Je zou ook het beleid kunnen veranderen.
„Nee, in Nederland praten wij met elkaar.”
Maar dat doen we nu toch al jaren? Zouden we niet beter eindelijk iets kunnen gaan doen? Geen woorden maar daden, meneer Paternotte!”
„Sorry, maar nu wordt het mij te extreemrechts.”
Tuut-tuut-tuut.Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.
Uiteraard behoort een abonnement op de Telegraaf ook tot de mogelijkheden. Klik op onderstaande button.








De ongewenste conclusie dringt zichzelf naar voren.
Is het wegkijken?
Is het bewust ontkennen?
En dat niet alleen met het Gaza rapport, maar op meerdere terreinen.
De onvoorstelbare goedgelovigheid en nativiteit, hoe kan dat.
Het is ooit voorspeld:
‘…….En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven……’
2 Thessalonicenzen 2:11 HSV