Rob: Nu het aardse bestaan zich de afgelopen zomer heeft gemanifesteerd als een premortaal hellevuur, mijnheer Van Amerongen, vraag ik mij af of dat leventje van u daar in de Algarve in die periode nog een beetje te doen was. De hitte was hier in de lage landen al nauwelijks te harden. Dat laatste is overigens met name uw schuld, krijsten de rijkeluiskinderen van Extinction Rebellion voordat ze zich voor een nieuw A12-plakseizoen earthy boho-chic gingen opladen op Mykonos. U bleef namelijk maar heen en weer vliegen tussen Faro en Eindhoven, waarmee u op schandelijke wijze bijdroeg aan de klimaatverandering. Als ik u was zou ik ‘m behoorlijk knijpen, want in de gereformeerde kringen waarin u bent opgegroeid is de hel geen vagevuur waarin de ziel gewoon even een reinigingsbeurtje krijgt voordat-ie naar de hemel wordt geforward. Indien je van het houtje bent is dat vaak het geval, maar voor gelovigen van uw persuasie is het de plek waar de goddelijke rechtvaardigheid definitief wordt voltrokken. U zult na uw overlijden voor eeuwig in het duivelse vuur geworpen worden, en laten we eerlijk zijn: na al die malle fratsen van u valt dat te billijken. Troost u met de gedachte, waarde collega, dat de zomer van 2026 er een voorproefje van was. Neem Saint-Tropez. Tot voor enkele jaren - het huis dat ik dan altijd huurde is helaas niet meer beschikbaar - placht ik daar tijdens mijn vakanties in de Haut Var regelmatig een dagje te verkeren. Dat was weliswaar een heel gedoe. Wilde je deze mondaine badplaats per se per automobiel bereiken, dan stond je urenlang in de file op de D98A. Zag je daar vanaf, dan was je gedwongen je wagen in Sainte-Maxime te parkeren en aan boord van een Bateau Vert de Golf van Saint-Tropez over te steken. Ik had het er echter allemaal voor over omdat de markt gezellig was en omdat je er wel héél lekker kon lunchen. Zou ik er tegenwoordig nog heen gaan? Ik betwijfel het. Een temperatuur van veertig graden is in Saint-Tropez het nieuwe normaal, zo begrijp ik uit de berichten. Bovendien stond de omringende natuur steeds in brand en had het er dus angstaanjagend veel weg van de poel van vuur en zwavel en de eeuwige gloed waarover in het Evangelie van Mattheüs wordt gesproken. En daar komen nog twee dingen bij. De horeca is voor de gewone man inmiddels echt niet meer te betalen (voorwaarde bij een lunchreservering voor vier personen in sommige VIP-zaken: er moet minimaal € 1500 worden gespendeerd) en het stadje is nu helemáál een verzamelplaats voor celebs geworden. Vroeger had je er slechts Brigitte Bardot. Nu kuiert de hele reutemeteut er rond: niet alleen types als George en Amal Clooney en Kate Moss, maar ook ontelbare hedendaagse influencers van wie de beroemdheid mij als oude witte man totaal is ontgaan. Steeds meer lokalen beklagen zich erover dat het Zuid-Franse karakter van Saint-Trop is verdwenen. Weet u welke Europeanen ik dit jaar veel vaker dan vroeger op het strand van Egmond aan Zee tegenkwam, mijnheer Van Amerongen? Fransozen. Ik bedoel maar.
Het leverde mij slechts bizarre aandoeningen op
Arthur: Wat grappig dat je over Saint-Tropez begint, boomer. Ik was daar voor het laatst in 1977 en toen was het al verworden tot een 'trou perdu': een verloren gat. Nadat ik was afgewezen door de toneelscholen van Amsterdam, Arnhem en Maastricht, besloot ik dan maar in een keer filmster te worden, zonder vier jaar lang 'method acting' te moeten studeren, die bespottelijke uitvinding van Konstantin Stanislavski. Ik was aangemoedigd door Hans Kemna, van het gelijknamige castingbureau dat later nog heel bekend geworden is door Job Gosschalk. Hans kwam ik tegen op een COC-avond in Amsterdam, speciaal voor jongeren uit de provincie die overhoop lagen met hun geaardheid, en na een optreden van Ronnie Tober mocht ik blijven logeren bij Kemna (“Zeg maar ome Hans, Tuurtje”). Toen ik ‘s anderendaags de trein naar Ede terug nam, met een knisperend nieuw biljet van vijfentwintig gulden (een geeltje heette dat in Mokum) in mijn boezeroen, galmden de woorden van de castingbons nog door mijn hoofd: “Jij wordt de nieuwe Rutger Hauer, Tureluurtje van me!” Later kreeg ik nog een brief van Kemna, waarin hij vroeg of ik stand-in kon zijn voor Toon Agterberg in Spetters, en met name in die scène met die dorpsjongens. Ik had mijn Hollywood-plannen toen allang in de ijskast gezet want mijn expeditie naar Saint-Tropez was volkomen mislukt. Ik was weliswaar bij diverse internationale castingagenten wezen auditioneren, maar dat leverde mij slechts bizarre lichamelijke aandoeningen op (heb jij wel eens gehoord van een Spaanse Kraag en een harde sjanker)? en iedere keer weer een flap van 100 Franse franken, het ruime equivalent van het Hollandse geeltje. De enige internationale ster die ik ontmoette in Saint-Tropez, was Wouter Lewenbach, jou beter bekend als Dave. Je weet wel, die meneer van Dansez Maintenant en Du côté de chez Swann. Ik mocht bij hem logeren en de volgende ochtend zei hij: “Je bent niet echt geschikt voor mijn achtergrondkoortje, maar als ik jou was, met je talenknobbel en die andere knobbel, zou ik Hebreeuws gaan studeren. Daar zit handel in, jonge vriend.” En zo geschiedde. Jouw probleem met Saint-Tropez is dat je daar al meer dan een halve eeuw niet meer herkend wordt op straat, ondanks je extreme lengte en je opvallende overeenkomst met Eric Campbell, die grote boze tegenspeler van Charlie Chaplin, die met die wenkbrauwen. Jij doet mij denken aan Johnny Kraaykamp, die met veel bombarie en ketelmuziek emigreerde naar Kaapstad. De Kraai was na een jaar al terug en jammerde tegen Stan Huygens dat hij daar niet herkend werd op straat, een euvel dat decennialang later ook Gordon zou overkomen. Jij wordt trouwens nog wel herkend in jouw natuurlijke biotoop Egmond aan Zee. Jouw betere andere helft, Wil, postte de afgelopen week een selfie van haar en jou, met Gerard Joling in het midden. Het kan ook Ed Nijpels zijn geweest trouwens, want die gasten lijken allemaal op elkaar na een total make over in een schimmige kliniek in Istanboel. Hoe het ook zij: je was heerlijk aan het shinen want Geer (of Ed) had je herkend. Egmond aan Zee is het nieuwe Saint-Tropez. Ik ruik een sitcom voor Omroep Max, met jou in de hoofdrol.
Foute Jongens - 33
Kunst is mooi totdat rechts het mooi gaat vinden
Rob: Vraagje, mijnheer Van Amerongen: is 'The Odyssey' van Christopher Nolan reeds tot de Algarviaanse bioscopen doorgedrongen, of staat daar nog steeds 'Chaimite' van Jorge Brum do Canto uit 1953 op het programma? Wellicht geef ik hiermee blijk van een grove onderschatting van de ontwikkelingen die Portugal heeft ondergaan. Maar het is een feit dat ik in Olhão, nabij uw Villa Vischlugt, niet snel de indruk krijg dat Immersive Performances en Virtuel & Augmented Reality, om twee vormen van hedendaagse kunst te noemen, daar inmiddels de culturele toon bepalen. Dat bevalt mij juist zo aan de Oost-Algarve: de eenvoud. Ik las laatst een recensie van NRC-medewerker Hans den Hartog Jager over de expositie Schoonheid van modeontwerper Dries van Noten in Venetië. Het was een hoogdravend relaas dat de auteur, toen hij er ten langen leste een punt achter had gezet, ongetwijfeld zeer tevreden over zijn eigen voortreffelijkheid zijn laptop deed dichtklappen. Kunst is mooi totdat rechts het mooi gaat vinden, want dan wordt het lelijk, was in feite de stelregel van de recensent: “Met schoonheid is niks mis, zolang ze zich maar niet laat gebruiken als instrument van uitsluiting.” Ergo: zodra de Mona Lisa van het Louvre in Parijs naar de White House State Ballroom van Donald Trump verhuist is het een kunstwerk van niks. Toen ik mij eindelijk door het stuk had geploegd verlangde ik heel erg naar Olhão. Maar goed, ik dwaal af. Ik vroeg u of The Odyssey van Christopher Nolan reeds in de Algarve te zien is. Ik krijg namelijk steeds onbedwingbare aanvallen van de slappe lach van de massale reacties die de film bij het Nederlandse publiek oproept. Het snobisme van deze reaguurders! Hé, dat ontbreekt. Ha, dat zit anders. Ho, dat is historisch onjuist (alsof je daarover bij mondeling overgeleverde verhalen, want dat waren de Griekse mythen oorspronkelijk, kunt spreken). Ze wijzen er voortdurend op en willen daarmee zo graag de suggestie wekken dat zij tot de intellectuele elite behoren dat het wel héél potsierlijke trekjes krijgt. En dat terwijl ze het heldendicht van Homerus waarschijnlijk nooit van a tot z tot zich hebben genomen (wat trouwens een hele klus is). De kans is desondanks niet gering dat het naast Kapitaal van de 21ste Eeuw van Thomas Piketty en De Slinger van Foucault van Umberto Eco pontificaal op hun leestafel ligt. In Japan heeft men een woord voor de aanblik van boeken die je ongelezen op een goed zichtbare stapel legt: Tsundoku. Ik vond de film spectaculair en kan mij vinden in Nolans interpretatie van Odysseus’ barre terugreis, vanuit Troje, naar Ithaka. Maar wat een pretentieus gewauwel erover hier te lande. Matt Damon slacht als Odysseus bijna drie uur lang ontelbare tegenstanders meedogenloos af, en wat raakte Volkskrant-columniste Merel van Vroonhoven? “De waarde van Xenia, ook wel de Wet van Zeus genoemd: de code voor gastvrijheid die de oude Grieken als heilig beschouwden.” Waarna zij uiteraard een link legde met de ‘xenofobie’ waarmee in Nederland asielzoekers ‘worden weggezet als loslopende criminelen of vrouwenbelagers’. Verzin het maar eens, mijnheer Van Amerongen!
Niets voor niets was mijn bijnaam pindarotsje
Arthur: Je weet, ouwe reus, dat ik Griekenland altijd associeer met ‘op zijn Grieks’, al noemen de Grieken het creatief gebruik van de artiesteningang - dus het poepertje niet louter functioneel als cloaca - dan weer ‘op zijn Turks’. Dat fenomeen van andere culturen betichten van sodomie kan je vergelijken met syfilis. De Engelsen noemen sief de Franse ziekte, en de Fransen noemen het de Engelse ziekte. Enfin. De Griekse cultuur is zoveel meer dan de tegennatuurlijke liefde, tzatziki, souflaki en Angelos Charisteas. De Griekse literatuur dus. Op de Mavo Beukenlaan in Ede lazen wij klasgewijs de Odyssee in de grondtaal en natuurlijk ook de Ilias, Oedipus Rex en Medea. Mijn favoriete boek was Lysistrata, een satire waarin vrouwen een seksstaking organiseren om oorlog te beëindigen. Ik dacht dat meisjes in Ede ook aan het seksstaken waren, maar dat had te maken met mijn dwerggroei en mijn acne fulminans. Niet voor niets was mijn bijnaam pindarotsje en kraterkop. Maar goed, dit gaat niet over mij maar over de Odyssee. Ik weet dat jij - net als ik - Alkibiades, de epische roman van Ilja Leonard Pfeijffer, op je nachtkastje hebt liggen. Het boek speelt zich af tijdens de Peloponnesische Oorlog en het leest weg als een gemiddeld werkje van Kluun. Wij zijn dus absoluut geen ‘victims of tsundoku’, al denken onze geliefde lezers van de Nieuwe Revu daar vast anders over. Ik ben overigens wel het slachtoffer van omorashi. De kinderen lezen mee, dus ik ga deze Japanse vrijetijdsbesteding niet uitleggen maar ik geef je één tip van Tuur: zorg dat je bij het uitoefenen van omorashi altijd een Tena-luier bij de hand hebt. Heb jij trouwens dat weergaloze interview van Ilja Leonard Pfeijffer met Frans Timmermans gelezen, in De Morgen? Frenske zei dat hij als kindje in de mijnen altijd de Penguin-editie van de Odyssee bij zich had, in de Griekse grondtaal, en dat hij daardoor kon overleven al werd zijn brilletje vaak kapot gestampt door kompels, die hem hem laatdunkend professor buutreedner noemden. In dat interview noemde de heer Timmermans de Israëli’s de nieuwe nazi’s. Hij voegde daaraan toe dat de Duitsers tenminste nog humor hadden. Ik hoorde van een goede vriend van mij op de redactie van de Humo dat Timmermans op het laatste moment toch maar een zinnetje had weggehaald uit het interview. Het fijne weet ik er niet van maar het was iets in de geest van “ze zijn die Ronald Plasterk vergeten”. Nou is mijn favoriete columnist bij de T. - op jou en jouw geliefde Marianne Zwagerman na - na de oorlog geboren en volgens de Neurenberger-wetten technisch gezien niet eens lid van het oude volk. Maar Frenske staat natuurlijk bekend als fabulant. In een interview met Jantje Hoedeman, voor het Algemeen Dagblad, riep De Pinokkio van Heerlen dat hij leerstoelen had aan de universiteiten van Oxford, Bologna en Florence. Dat had hij uit zijn duim gezogen. Ik schreef een en ander op in GeenStijl, met de subtiele toevoeging dat Frenske in 2018 in Eygelshoven wel de Orde van de Gulden Humor, een carnavalsonderscheiding van carnavalsvereniging Burgerlust, had ontvangen. Driewerf alaaf voor voor de beste premier die wij nooit hadden!
Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.





