Het is allemaal niet meer uit te leggen
Vanwege de energiecrisis vindt jokkende Elanor Boekholt-O'Sullivan dat wij onze levensstijl moeten versoberen. Maar zij wil wel 400.000 nieuwe woningen bouwen. Hoe dan?
Telegraaf 26 maart
Go raibh maith agat, Elanor! Zo, met het fabeltje dat een eerste zin de lezer behoort te verleiden om ook de rest van het artikel tot zich te nemen, is meteen afgerekend. Misschien dat de moeder van Caroline van der Plas ‘m begrijpt, plus nog wat landgenoten met Ierse roots, maar dat is het wel zo’n beetje.
Met Elanor bedoel ik Elanor Boekholt-O’Sullivan, onze nieuwe minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening. Als halve Ierse zag zij het levenslicht in Cork, het Ierse Haagje. Ik zei ‘Go raibh maith agat’ tegen haar omdat het een sjieke manier is om in het Gaelic - de oud-Ierse taal is nog steeds een verplicht vak op de Ierse scholen - ‘Dank je wel’ te zeggen.
Daarmee wil ik overigens niet alleen mijn erkentelijkheid betuigen voor de spectaculaire wijze waarop deze D66-bewindsvrouwe na haar 32-jarige carrière bij defensie als politica debuteerde. Hulpeloze grimassen in plaats van verbaal geuite antwoorden in de Kamer en tegen het journaille, het fascineerde mij mateloos, ofschoon zij er in haar vorige functie als driesterrengeneraal vermoedelijk niet mee was weggekomen. Misschien moet zij er nog aan wennen dat niet alle parlementariërs en journalisten terstond voor haar in de houding springen.
Nee, ik ben Elanor óók dankbaar voor dat interview in The Guardian. Waarom zij dat dagblad ervoor uitkoos is ook mij niet helemaal duidelijk, al was het bij nader inzien wel heel Kaags en dus des D66's: waarom zou je zo'n dom Hollands wie-zijn-die-mensen-vod kiezen als je een Britse kwaliteitskrant kunt krijgen.
In elk geval schilderde zij het surrealistische beeld van een Nederlandse bewindspersoon die tegen alle regels in 400.000 woningen moet bouwen, hetgeen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet gaat lukken, en waarvoor gezien de energiepuinhoop in dit land - o, dat grenzeloos naïeve beleid - nooit genoeg gas en elektra voorradig zal zijn indien het wél zou lukken. En dan wil zij óók nog eens de statushouders voorrang blijven verlenen.
Het is allemaal niet meer uit te leggen.
Elanor suggereerde in dat interview („Voor luxe is tijd nodig. Wij hebben geen tijd”) dat wij onze levensstijl dienen te versoberen en kwam toen met het voorbeeld van douchen met een muntje op de proppen. Dat zou zij bij een militaire missie in Afghanistan hebben ervaren, wat niet bleek te kloppen, maar geen nood: jokken over buitenlandse bezoeken door polderlandse kabinetsleden is nu eenmaal de gebruikelijke usance sinds Halbe Zijlstra.
Het zal vast niet haar bedoeling zijn geweest, maar ik werd er in elk geval behaaglijk mee teruggevoerd naar mijn vroege jaren, toen wij thuis nog een gasmeter hadden waarin als vooruitbetaling zogenaamde gaspenningen moesten worden gedeponeerd. Waren die penningen op, dan werd het gas automatisch afgesloten, trokken wij drie dikke wollen truien over elkaar aan en kropen wij zo dicht mogelijk tegen elkaar aan, waarna die truien trouwens vaak snel weer werden uitgetrokken.
Zo knus!
Gaan we die kant weer op?
Nee hoor, zegt Elanor. Maar kennelijk wilde zij wel laten blijken dat er schaarste dreigt. Laatste tussenstand van onze gasvoorraad: 5,8%. Zo laag was-ie nog nooit en ik heb nu zomaar de behoefte om erop te wijzen dat GreenDealer Diederik Samsom voorzitter van de RvC van de Gasunie is. En dat terwijl wij bovenop een enorme, door een partijgenoot van Elanor Boekholt-O’Sullivan middels betonstorting ontoegankelijk gemaakte gasbel met een waarde van miljarden euro’s wonen.
Verklaar het nader, Elanor.
Niet met hulpeloze grimassen, svp.
Go raibh maith agat!
Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.




