Her heart belonged to daddy en vele anderen
Leesvoer: drie afleveringen van de Foute Jongens-rubriek die Arthur van Amerongen en ik elke twee weken voor Nieuwe Revu schrijven. Marilyn Monroe, Johan Cruijff en het Boekenbal passeren de revue.
Nieuwe Revu - 19
Rob: Zonder enige twijfel zal het niet onopgemerkt aan ons voorbijgaan, mijnheer Van Amerongen: op 1 juni aanstaande is het honderd jaar geleden dat Marilyn Monroe in Los Angeles het levenslicht zag. Een eeuw Marilyn! Ik zie nu al op tegen de tsunami aan documentaires en publicaties waarmee wij dan zullen worden overspoeld. Toegegeven: toen de schoonheid werd uitgedeeld stond zij bepaald niet achteraan. Dat beaamde zelfs Brigitte Bardot nadat de twee grootste sekssymbolen van die tijd elkaar op 29 oktober 1956 hadden ontmoet bij een evenement ter ere van koningin Elizabeth II in het Empire Theatre in Londen, genaamd de Royal Command Performance. “Ze heeft een zekere fragiele uitstraling die ik nooit zal vergeten”, zei Brigitte destijds. In werkelijkheid haalde Marilyn Monroe het niet bij BB. Om mijn goede vader maar weer eens te citeren: Norma Jean Baker, zoals Marilyn volgens de burgerlijke stand heette, was er eentje voor door de week, terwijl Brigitte er eentje voor alle dagen was - en dan minstens drie keer per dag. Overigens wordt ook wel beweerd dat Marilyns ware naam Norma Jean Mortenson was, naar de man met wie haar moeder Gladys Baker getrouwd was toen Marilyn als resultaat van een buitenechtelijke affaire van Gladys met Charles Stanley Gifford - de biologische vader - het levenslicht zag. Marilyn Monroe, die wij ons voor eeuwig als jong en mooi zullen blijven herinneren omdat zij reeds op 5 augustus 1962 zelfmoord pleegde, deed het met een hele rits kerels, onder wie uiteraard John F. Kennedy en diens broer Robert. Om die reden sleep ik Diogenes er even bij, de meest vermaarde vertegenwoordiger van het Cynisme (een filosofische stroming). Toen hij volgens de overlevering op klaarlichte dag met een brandende lantaarn over de druk bezochte markt van Athene liep, zei Diogenes desgevraagd: “Ik zoek een eerlijk mens.” Maak daar “Ik zoek een vrouw die het nog nooit met een Kennedy heeft gedaan” van en u begrijpt wat ik bedoel. Maar goed, al zong zij zelf ooit vol overgave ‘My heart belongs to daddy’, hetgeen haar anno nu een uitgebreid onderzoek van een justitieel zedenteam zou hebben opgeleverd, dit staat vast: Marilyn Monroe was een sekssymbool. Dat brengt mij bij de volgende vraag: wie was, in de periode dat u nog diep bezorgd de huisarts belde als u vijf minuten achtereen geen erectie had gehad, eigenlijk uw sekssymbool, mijnheer Van Amerongen? Was het Viola Holt? Trea Dobbs? Willy Dobbe? Of toch Fred Emmer of Dick Passchier (in uw geval voel ik mij genoodzaakt deze mogelijkheden eveneens open te houden)? Ik besef dat ik nu namen noem die de gemiddelde Nieuwe Revu-lezer misschien doen afhaken, maar de waarheid dient te worden onthuld. Ik ben al zo oud, dat ik zelf aan Mylène Demongeot denk. Googel haar en u zult mij begrijpen. En natuurlijk was er ook Wubbeltien Schonewille, die begin jaren zeventig de bronzen medaille bij een Miss Bourtange-verkiezing veroverde waarbij ik als verslaggever aanwezig was. Laat ik het zo zeggen: aan de hooiberg van haar vader bewaar ik betere herinneringen dan aan de mestvork van haar broer.
Man man man, al die boerenmeisjes in dat kletsnatte acryl!
Arthur: Je suggereert hier dat ik in mijn puberjaren een stijffie kreeg van Fred Emmer, de eerste nieuwslezer van de NOS met dwerggroei die bovendien in zijn vrije tijd erotische maar niet bepaald fapwaardige verhaaltjes schreef. Emmers alter ego was Irma (vermoedelijk daarom denk jij dat ome Fred van de verkeerde kant was), een vrouw die haar voeg niet met plassen versleet. Integendeel, Irma maakte pompertjes met ene Lieuwe, een ‘oningewijde knaap’, met Renne, een ‘geremde rijinstructeur’, en met Tamils, ‘die tekort komen’. Jij denkt: waarom propt die lilliputter-pornograaf Tamils in zijn schunnige verhaaltjes? Nou, vermoedelijk omdat Tamils tot de eerste lichting asielzoekers behoorden. Ik ben ervan overtuigd dat Emmer’s broodheer, het NOS Journaal, stante pede verschillige en vooral larmoyante reportages maakte over deze arme drommels en dat onze kobold daarom dacht: “Ik laat Irma groepsgewijs uitwonen door die stakkers en dan heb ik mijn deugpunten mooi binnen geharkt.” Ik zag de Tamils begin jaren tachtig op de Dam en mijn Surinaamse vrienden (helaas vaak drugsgerelateerde camaraderie) maakten veel grapjes over de opvallende voortanden van de mennekes (denk Theo en Thea). Viola Holt is andere koek want zij is onderdeel van mijn erotische kabinet, dat grotendeels bestaat uit geplastificeerde tijdschriften met blote dames, de veertien Bavaria-kalenders met Tatjana Šimić, een slipje van Xaviera Hollander (z.g.a.n.) en een verdwaalde Playgirl met Ronn Moss (bekend van The Bold and the Beautiful) als centerfold, met het nietje op de kleine Ronn. Ik heb de Playboy met Viola regelmatig ‘bestudeerd’ in mijn jongensledikant, al kan het ook de editie met Willy Dobbe, Ria Valk of Bonny St. Clair zijn geweest. Je zou dus kunnen zeggen dat ik een cougar wanker was, maar dan wel een heterofiele cisgenderman. Ik zou bepaald niet opgewonden kunnen raken van een naaktfoto van Dick Passchier, ook al had de NRCV-legende geweldig haar. Ik werd wel botergeil (excusez le mot) van de grote live-spelshows die hij presenteerde, zoals Zeskamp, Spel zonder grenzen, Tweekamp en Stedenspel. Man man man, al die boerenmeisjes in dat kletsnatte acryl! Vergeet niet dat ik van de Veluwe kom en dat ik al opgewonden raakte van het gevederde poepertje van Juffrouw Ooievaar in de Fabeltjeskrant. Je begrijpt dat ik in seksuele zin ietwat gedeformeerd ben, maar dat komt door de Tiroler-seksfilms die ik begin jaren zeventig zag in de nachtvoorstelling in Bioscoop Buitenlust. Ik was dan altijd omringd door Turkse gastarbeiders, die ver van vrouw en vaderland hun troost zochten in de bioscoop. Het was nogal zompig in Buitenlust, en op een gegeven moment had ik gewoon een regenjas aan, omdat mama anders alle sportvlekken op mijn goeie goed zou zien. Dan kon ik wel piepen dat die niet van mij waren, maar ik mocht helemaal niet in dat voorportaal van de hel komen! En daarmee kom ik op de moraal van dit verhaal: het verschil tussen ons twee en de Kennedy’s is dat die nooit hoefden te handkarren want de Marilyn Monroes stonden voor die gasten in de rij. Wij moesten ons behelpen met Mylène Demongeot en Viola Holt, met als gevolg dat op onze catastrofale, respectievelijke huwelijksnachten zou blijken dat het wonder der vleselijke liefde veel meer inhield dan dwangmatig vuistvogelen.
Nieuwe Revu - 17
Alleen aan Magere Hein kon Johan Cruijff zijn wil niet opleggen
Rob: Het is niet meer te tellen hoe vaak ik u op Zestienhoven heb opgepikt, mijnheer Van Amerongen. Ik doe dat altijd om als uw chauffeur te fungeren wanneer u er weer eens in geslaagd bent om voor een paar tientjes zo’n losersvlucht vanuit Faro te boeken. Hebben ze in de Algarve eigenlijk geen goede rijschool?
Eén aankomst op dat Rotterdamse vliegveld staat in mijn geheugen gegrift: die van 24 maart 2016, toen we net een begin hadden gemaakt met de verwezenlijking van een plan dat volgens velen gedoemd was te mislukken, ten eerste wegens te grote karakterologische verschillen, ten tweede omdat ik in de Telegraaf publiceerde en u toen nog in de Volkskrant: het schrijven van het nu al legendarische Grote Foute Jongens Boek deel 1. U stapte monter de hal in met de mededeling: “Zo, Cruijff is ook alweer dood.”
U had uw mobieltje al die tijd wél geraadpleegd, ik niet. Ik wist uiteraard dat Johan ziek was, maar had er niet op gerekend dat hij zou overlijden. Ook Magere Hein zou hij vast wel zijn wil kunnen opleggen, dacht ik. Helaas bleek zelfs een wederopstanding onmogelijk. Jezus deed dat 40 uur na zijn heengaan, maar El Salvador van Barcelona bleef gewoon dood.
Ik dacht eraan terug tijdens het kijken naar de prachtige vierdelige NPO-documentaire 'Cruijff', uitgebracht ter gelegenheid van de tiende sterfdag van Johan. Inclusief Danny verleende de hele familie Cruijff haar medewerking, zelfs toen de ontvoeringspoging uit 1978 ter sprake werd gebracht (de reden waarom hij niet naar het WK in Argentinië ging). Ik pinkte menig traantje weg, óók omdat ik beroepsmatig weleens met Johan van doen had gehad.
Zo bezocht ik op 27 mei 1978 zijn afscheidswedstrijd als speler bij FC Barcelona, toen ik overigens ook ontdekte dat een mens gemakkelijk 36 uur zonder slaap kan. Mits hij regelmatig bijtankt, wel te verstaan, maar dat is op en rondom de Ramblas niet zo’n probleem, zeker wanneer je je in het gezelschap van - toen nog - piepjonge stieren als Sören Lerby en Frank Arnesen bevindt.
Het duel ging tussen FC Barcelona en Ajax en eindigde in 3-1. Dat was in elk geval veel acceptabeler dan het gevoelloze pak slaag van 0-8 dat Ajax een half jaar later, op 7 november, van Bayern München in het Olympisch Stadion kreeg toen er voor Johan een andere afscheidswedstrijd werd georganiseerd, ditmaal als Ajacied. Daar was ik eveneens bij.
Ik heb nooit een andere topsporter meegemaakt die zo bewonderenswaardig met zijn fans omging. Bovendien onderging de voetbalsport dankzij Johan een tactische revolutie. Zijn populariteit was zo groot, dat mijn vriend Eddy Terstall zijn meest recente meesterwerk ‘Land van Johan’ doopte. Er zit veel functioneel naakt in die film, té veel zelfs volgens de NPO, die tot verdriet van Eddy scenes wil schrappen. Het is jammer dat we Johan niet meer kunnen vragen wat híj daarvan vindt. In de documentaire vertelde Danny immers dat hij haar na hun eerste avondje uit had gezegd dat zij de volgende keer een minder kort rokje moest aantrekken.
Johan was een bijzonder kind.De ultieme wraak van Jopie!
Arthur: Goede man, ik kreeg van onze geliefde hoofdredacteur Danny de nadrukkelijke opdracht om jou, de boomer des vaderlands, in deze briefwisseling te sarren en te pesten en te zuigen omdat de jongere lezers zulks aanspreekt, maar voor deze ene keer zal ik mijn gevoelige kant openbaren. Ook ik zat namelijk te snotteren bij de documentaireserie over Cruijff. Nou ben ik best wel een drama queen want ik huilde ook tranen met tuiten tijdens het zien van 'Van straat tot stadion', de briljante documentaire over Gerald Vanenburg uit 1984. Wel jammer dat die scène waarin het hele Vak F, inclusief mijn persoontje, minutenlang “piep piep piep” roept tijdens gepingel van Vaantje, gesneuveld is in de montage. Dat gepiep was de schuld van Johan Cruijff want die had in Voetbal International gezegd dat Vanenburg door dat hoge stemmetje nooit een echte leider kon worden. Johan kreeg daar later spijt van en bood excuses aan, maar de damage was done want zelfs de hooligans van TSV 1860 München, waar Vaantje zijn loopbaan afsloot, bleven hem pesten met zijn castratenstemmetje. Ik hield het ook niet droog bij 'Een Echte Ajacied', de aangrijpende film over Rafael van der Vaart en zijn verschrikkelijke jeugd op het woonwagenkamp, en ook bij ‘Sar’ (over Edwin van der Sar) zat ik als een oud wijf te janken, en met name bij de scene waarin hij met zijn vrouw in de keuken aan het legpuzzelen is (ik meen dat het een foto van de Keukenhof was). Of was dat nou in die docu van 2,5 uur van onze vriend Eddy Terstall over Ed de Goeij, ook al zo’n meesterwerk? Bij Cruijff moet ik vooral denken aan 24 november 1972, toen hij in Ede de sportzaak van wereldspits Gerdo Hazelhekke (N.E.C., FC Wageningen, De Graafschap en Go Ahead Eagles) opende. Jopie trapte een gesigneerde bal door een papieren deur en met gevaar voor eigen leven wist ik die in een scrimmage des doods te bemachtigen. Ik heb die bal nog steeds, en ook de vier peuken van het merk Roxy Dual die Cruijff had uitgetrapt voor het winkeltje van Gerdo. In mijn Cruijff-altaar bewaar ik verder het singletje uit 1969 met het enige liedje dat Cruijff ooit opnam: Oei Oei Oei (Dat Was Me Weer Een Loei). Het is een soort hoempapa-achtige schlager, de tekst is van Peter Koelewijn en Cruijff zingt zo vals als een kraai. Wat mij trouwens mateloos irriteerde in die docu over Johan, was die strontvervelende Ruud Gullit. Die heet eigenlijk Dil van achteren, maar dat zorgde voor flauwe woordgrapjes in de kleedkamer. Het leek wel of Ruud Dildo een dozijn joints Amnesia Haze had zitten paffen voorafgaande aan het interview want mijn god, wat zat die gozer te stuiteren en popie te doen. Ik zie nog zijn betraande gezicht toen hij met Feyenoord (met Cruijff) met 8-2 van Ajax had verloren in het Olympisch Stadion, in de stromende regen. Ook dat zit niet in de docuserie, al werd Feijenoord wel kampioen dat seizoen. De ultieme wraak van Jopie!
Nieuwe Revu - 15
Een verzameling van elkaar bewierokende middelmatigheden
Rob: Wie duidelijk wenst te maken dat W.F. Hermans de beste schrijver van de laatste driekwart eeuw was, kan daar ontelbare redenen voor opsommen, mijnheer Van Amerongen: zijn onverbiddelijke stijl, zijn diepgang, zijn polemische vermogen, noem maar op. Ik voeg er nog eentje aan toe: zijn weigering om het Boekenbal te bezoeken.
De grootste van de Grote Drie - de andere twee waren Reve en Mulisch, en met name de laatste ijdeltuit, die wél altijd acte de présence gaf, nam hij graag op de korrel - noemde het Boekenbal een verzameling van ‘elkaar bewierokende middelmatigheden’ en zei ook een keer dat hij geen zin had om ‘het woord op te offeren aan de kwantiteit van de bitterballen’.
Wat had ik graag zijn commentaar willen horen op de meest recente editie van het Boekenbal, thema: ‘Mijn Generatie’. Peter de Smet (beter bekend als Hendrik Groen, auteur van het Boekenweekgeschenk 'Piaggio'), was een der eregasten. Bovendien verklapte ene Alma Mathijsen dat zij een jaar eerder een wipje in de koninklijke loge had gemaakt en klaagden dit jaar meerdere auteurs dat er zo weinig ruimte was om te dansen. Daar had W.F. wel raad mee geweten.
Ik ben geen schrijver, collega. Mijn boeken zijn gebundelde columns en als kantlijnkrabbelaar heb ik niets op zo’n Boekenbal te zoeken. En als ik er wél wat te zoeken had, zou ik gegarandeerd een Hermansje doen. Al wil ik wel een kanttekening maken bij W.F.’s opmerking over die ‘elkaar bewierokende middelmatigheden’. De slijmballen bewieroken elkaar namelijk hoofdzakelijk wanneer zij zich in elkaars directe nabijheid bevinden. Buiten gehoorafstand krijgen de beoordelingen vaak een andere lading.
Er is nog een reden waarom ik het literaire wereldje zo verafschuw: de laffe cancelcultuur die er heerst. Net als in de andere hoeken van de polderlandse kunst-scene moet je het bijvoorbeeld niet wagen om aangaande het Gaza-conflict een Israël-vriendelijk standpunt in te nemen. Dan lig je eruit en daarom krijsen 99 van de 100 Nederlandstalige schrijvers met al het opportunisme dat zij in zich hebben - dat is heel veel - met de Israël-haters mee. Kunt u zich de Zuid-Afrika-affaire rondom W.F. Hermans, die overigens een zwarte vrouw had, nog herinneren (hij negeerde de culturele boycot van dat land door de gemeente Amsterdam)? Er zijn sterke overeenkomsten.
Nog een voorbeeld? No problem. Zoals ik al eens eerder in onze correpondentie meldde ben ik diep onder de indruk van het boek 'De Bandagist' van Marente de Moor. Mijn enthousiasme werd door veel literatuurcritici gedeeld, inclusief veldheer Jeroen Vullings. Welnu, De Moor gaf een interview aan het Nieuw Israëlietisch Weekblad, waarin zij felle kritiek uitte op de toekenning van de PC Hooft-prijs aan Gaza-activiste Anja Meulenbelt, die de Hamas-terreur van 7 oktober 2023 een dag later reeds rechtvaardigde als legitiem verzet. En wat geschiedde? 'De Bandagist' werd niet op de longlist voor de Libris Literatuurprijs geplaatst. Geen toeval, me dunkt. De eerste vereiste is dus niet dat je goede literatuur schrijft, maar dat je de correcte mening verkondigt.
Ik kots erop, mijnheer Van Amerongen.Leeghoofdige tiepgeitjes met zaadvragende ogen
Arthur: Ik las ‘Bangalist’, heer Hoogland. A dirty mind is a joy forever, zeggen de Britten dan. Dit is volgens mij de derde keer dat jij in onze briefwisseling voor de Nieuwe Revu naar juffrouw De Moor verwijst. Doe je dit in opdracht van haar uitgever Mai Spijkers of gewoon uit jouw typisch Noord-Hollandse altruïsme? Maar laat ik puntsgewijs op jouw schrijven ingaan. Je hebt het over ene Alma Mathijsen, die een pompertje maakte in de koninklijke loge van de Stadsschouwburg. Welnu, het pluche daar plakt en kleeft nog steeds van de lauwe but van ons aller Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876–1934), de echtgenoot van koningin Wilhelmina. Henk stond ook wel bekend als Varkensheintje en de lezer van de Nieuwe Revu mag raden waarom. Ik verklap het maar vast: de overgrootvader van koning Pils vergreep zich altijd en overal aan het falderappes en het plebs, en bij voorkeur aan doofstomme, gebochelde dienstmeisjes. In de door jou genoemde koninklijke loge moest het personeel van de Stadsschouwburg het oranjebitter voor de prins serveren in lieslaarzen vanwege het ietwat drassige en zompige hoogpolige tapijt. Autreutel Alma Mathijsen is vooral bekend van een gruwelijke naaktkalender, met allerlei Amsterdamse hotemetoten en andere onrendabelen en non-valeurs. Ik schat dat Alma’s cupmaat FF is, en al doende doorstaat zij de potloodtest niet bepaald glansrijk. Ik zie nog liever Anja Meulenbelt in een Duitse Scheissemovie! Deze literaire verwijzing zal ik even uitleggen: in de epische film 'South Park: Bigger, Longer & Uncut' (1999) ontdekken de kids dat Cartmans moeder meespeelt in een Duitse scat-pornofilm. Ze zien een vrouw die poep eet, en dat blijkt Cartmans moeder te zijn. Cartman confronteert zijn mama later thuis met deze gruwelijke ontdekking: “Mam? Als jij in een Duits 'scheisse'-video had gezeten, dan zou je het me toch vertellen, hè?” Liane: “Tuurlijk, lieverd.” Vervang Liane door Anja, en krijg je nu beeld? De laatste keer dat ik het Boekenbal bezocht, behoorde ik tot de entourage van Gerrit Komrij en Jan Cremer. Cremer hield in een hoekje audiëntie en ik stond daar samen met Pieter Waterdrinker en Olaf Koens te slijmen en te bewonderen dat het een aard was. Jan zei toen: jongens, neuken jullie wel genoeg? De goede man was 80! Zijn vrouw Babette stond er wat ginnegappend bij, en Pieter Waterdrinker zei: “Jan, ken jij ene Alma Mathijsen? Ze zei dat ze graag een handtekening van mij wilde, op haar bips, in de Koninklijke Loge. Ik ging even kijken en daar stond een rij van 50 man. Met Eus, Kluun, Jan Mulder, Ellie Lust, Suger Lee Hooper, Herman Koch, Tommy Wieringa en Herman Brusselmans voorop.” Troostmeisje Mathijsen (ze is inmiddels 50) staat symbool voor de toestand van de Nederlandse literatuur en die van het Boekenbal in het bijzonder: leeghoofdige tiepgeitjes van uitgeverijen, met zaadvragende ogen, klapwiekend van de drank en als bleke worstjes in veel te strakke gehuurde baljurken gepropt, hobbelend en strompelend op naaldhakken.
Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.







Een fraaie compilatie over de geneugten des levens van schrijvers. Ik kies in deze voor W F. Hermans.