De Nederlandse filmwereld is bepaald geen vetpot
Eens in de twee weken laten de Foute Jongens Arthur van Amerongen en Rob Hoogland in Nieuwe Revu hun licht schijnen over alles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit. Hierbij twee afleveringen.
Nieuwe Revu - 23
Rob: Hij moet het in de kringen waarin hij vertoeft ongetwijfeld vaak uitleggen, maar vermoedelijk is ‘m dat een rotzorg: ik ben bevriend met Martin Koolhoven, op dit moment Neerlands meest toonaangevende filmmaker (klopt, er is natuurlijk altijd nog de inmiddels 87-jarige Paul Verhoeven, die zomaar weer een ophef verzakende miljoenenproductie uit zijn Hollywoodse hoed kan toveren, maar ik beperk mij even tot de polderlandse cinematografische biotoop). Ik ben zelfs weleens samen met Kool, zoals ik hem noem, voor een zaterdagbijlage van De Volkskrant geïnterviewd, mijnheer Van Amerongen. Het geschiedde in het kader van een serie over onwaarschijnlijke vriendschappen. Een vooraanstaand lid van de linkserige, schrikbarend wokistische Nederlandse filmscene die kameraadschappelijk omgaat met zo’n fascistische, domrechtse Telegraaf-nazi, dat kón natuurlijk helemaal niet in de ogen van die krant, dus daar wilden ze wel het fijne van weten. De Volkskrant stuurde sterverslaggeefster Esma Linnemann op ons af, een bepaald niet onaantrekkelijke verschijning, al paste ik er uiteraard voor om in haar directe nabijheid verbaal uiting te geven aan die constatering: het was een en al MeToo destijds. Ik sprak dus slechts met mijn ogen. Hoe dan ook duurde het driegesprek op een Amsterdams terras een uur of vijf en dronken Kool en ik de interviewster onder tafel. De diverse glazen dadellikeur waarmee wij de bijbehorende maaltijd op kosten van De Volkskrant afsloten - als geste bood ik namens De Telegraaf ook nog twee flessen wijn aan - deden juffrouw Linnemann de das om. Ik beschouw het nog altijd als een wonder dat zij er daarna in slaagde om een samenhangend verhaal van 4.000 woorden te produceren. Kent u de Nederlandse filmwereld een beetje, collega? Ik moet eerlijk zeggen dat het onderwerp niet vaak ter sprake komt als de heer Koolhoven en ik weer eens zitten te teuten. Wij hebben het meestal over Ajax. Als Eddy Terstall zich bij ons heeft gevoegd - óók filmmaker en bovendien een wederzijdse vriend die eveneens een passie voor de voetbalsport heeft - passeren ook wel andere onderwerpen de revue, zoals de Gaza-kwestie, waarover in zoverre onderlinge overeenstemming bestaat dat wij in gezamenlijkheid de mening zijn toegedaan dat propaganda er een te grote rol bij speelt. De heer Terstall, die alles weet, scheidde onlangs de heerlijke film Land van Johan af, waarvan hij nóg twee delen wil maken. Daar hebben wij het vanzelfsprekend eveneens over, en vervolgens wordt dan meestal een thema aangeroerd dat de Nederlandse filmwereld in mijn ogen typeert: het is bepaald geen vetpot. Eddy leeft beneden modaal, Kool niet, maar hij maakt tegenwoordig weinig films: het is alweer tien jaar geleden dat hij de zwarte western Brimstone afleverde en het kost hem moeite om zijn nieuwe productie Emerald Butterfly van de grond te krijgen, dat een broeierige film noir thriller moet worden die zich afspeelt in het Jakarta (toen nog Batavia) van de late jaren '40, vlak na de Tweede Wereldoorlog tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Het blijft een beetje behelpen in onze filmscene, mijnheer Van Amerongen. Waarom lukt het de Scandinaviërs bijvoorbeeld beter? Weet u het antwoord?
Mimi Kok helemaal naakt onder de slagroom!
Arthur: Het toeval wil, Robbie, dat ik op het feestje ter ere van jouw vijftig dienstjaren bij de Telegraaf was, en dat Eddy en Kool daar ook waren. Een en ander vond plaats in de brousse rond Egmond en ik zat in de lommerrijke tuin van de uitspanning naar Ajax te kijken met die twee fuifnummers, die het merkwaardig vonden dat jij een feestje had gepland op de laatste speeldag van de eredivisie. Heiligschennis! Eddy en Kool waren bloednerveus omdat Ajax zich direct kon plaatsen voor de Jaarbeursstedenbeker, of hoe dat verliezersbal tegenwoordig ook genoemd wordt. Af en toe kwam iemand de tuin in wandelen - ik noem een Mona Keijzer, een Ronald Plasterk, een Stan Huygens, een Keyvan Shabazi, een Roderick Veelo - en die vonden het maar wat vreemd en ongepast dat de twee gerenommeerde cineasten voetbal zaten te kijken - in Ajax-shirts - op een mobiel telefoontje, en dan ook nog naar dat zielige clubje uit Amsterdam. Ajax redde het niet, zoals ik verwacht had, en ik dacht meteen aan karma. Karma komt natuurlijk uit het oude India en geldt alleen voor figuren die reïncarneren, maar voor deze ene keer maakte ik mij vol vreugde schuldig aan culturele toe-eigening. Instant karma's gonna get you, going to knock you on the head, zongen John Lennon, the Plastic Ono Band en Yoko Ono, al kan het psychotische gekrijs van mevrouw Lennon bepaald geen zingen worden genoemd. Ik neem aan dat haar bescheiden hit Walking on Thin Ice niet tussen jouw singletjes staat - tussen Trea Dobbs, Eddy Christiani en Bob Scholte - maar als je daar naar luistert, waan je je op de gesloten afdeling van een ouderwets gekkenhuis, waar de brandslang op vrouwen worden gezet als die zich aanstellen. Overigens is mijn favoriete Nederlandse filmregisseur Adriaan van Ditvoorst, het grootste talent ooit, en die werd zo tegengewerkt door het establisment, dat hij zelfmoord pleegde (hij verdronk zich in de Schelde nabij zijn geboorteplaats Bergen op Zoom). Op YouTube staat zijn epische De Mantel der Liefde, en je moet even doorspoelen naar het krankzinnige taartgevecht tussen een naakt bakkersechtpaar. Mimi Kok helemaal naakt onder de slagroom! Ze was natuurlijk al bloot onder de douche te bewonderen als Gé Braadslee in het tv-programma Het is weer zo laat! van Wim T. Schippers, maar in De Mantel der Liefde speelt zij in de meest opwindende naaktscène uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Daar kunnen Paul Verhoeven, Eddy en Kool - die het non-functioneel bloot bepaald niet schuwen in hun rolprenten - een puntje aan zuigen. Je vroeg mij wat er aan de hand is met de Nederlandse film, en waarom die twee Ajax-hooligans zo worden tegengewerkt. Welnu, omdat ze zich met jou encanailleren, vriend. Ik stond ‘s anderendaags na jouw fuif in het Stan Huygens Journaal, innig verstrengeld met Mona Keijzer, de Nederlandse Jane Fonda, en prompt werd ik geroyeerd bij De Kring, de Amsterdamse kunstenaarssociëteit waar ik al 50 jaar lid van was. Het is jouw schuld dat ik nu tot dom-rechts wordt gerekend door Sander Schimmelpenninck!
Nieuwe Revu - 21
De zwaarmoedigheid krijgt onmiskenbaar vat op mij
Rob: Is het omzien in wrok? Nee. Is het omzien in verwondering? Soms. Is het omzien in melancholie? Steeds vaker. Het vat vol tranen dat ik ben geworden loopt inmiddels bij de geringste wankeling al over, mijnheer Van Amerongen. Al die jaren wilde ik niet alleen een foute jongen zijn, maar zo nodig ook een stoere jongen. De weggeslikte tranen bleven het reservoir daardoor maar vullen. En nu sijpelen ze eruit. Als in een of andere B-film de twee hoofdrolspelers elkaar dan eindelijk hebben gevonden, wat nuchter beschouwd reeds na de openingscene kan worden geconcludeerd omdat de Hollywood-mores nu eenmaal vereist dat films van dat kaliber een happy end hebben, begin ik tegenwoordig al te snikken. Idem dito wanneer op de roeptoeter De Vlieger van André Hazes ten gehore wordt gebracht, de ultieme smartlap, waarvan de tekst nota bene met behulp van een rijmwoordenboek werd geschreven, zoals André ooit tot mijn vertedering onthulde. Hetzelfde gebeurt steeds regelmatiger wanneer ik terugkijk op mijn leven. Naarmate mijn toekomst kleiner wordt, wordt mijn verleden groter. De zwaarmoedigheid krijgt dientengevolge onmiskenbaar vat op mij. Zouden er nog andere journalisten actief zijn die hun stukken ooit per telex doorseinden? De fax, die daarna volgde, zal nog wel bekend zijn. Maar de telex? Ik herinner mij de wereldkampioenschappen hockey van 1978 in Buenos Aires en van begin 1982 in Mumbai, toen nog Bombay. Het eerste wat je na aankomst deed was de telexisten van zo’n evenement omkopen, omdat je je verhalen anders maar heel moeilijk in Amsterdam kon krijgen. Nu drukken de reporters op twee knoppen en staat het artikel aan de andere kant van de wereld al in de desbetreffende pagina. Dat heet vooruitgang, en in dit geval terecht. Ik denk eraan terug en word overmand door gevoelens van nostalgie. Toen ik in 1972 bij het Noord-Hollands Dagblad in Hoorn begon, werd de krant nog in lood gezet en slingerden de opmakers een stuk lood naar je hoofd als je de kopij in hun ogen te laat inleverde. Kopij heet nu content, brrr. Oké, één ouwelullenanekdote dan. Het NHD was toen nog een avondblad, waarin zodra de deadline naderde ook de laatste beursberichten van die ochtend werden geplaatst. Eén zetter moest daar altijd op wachten, terwijl zijn collega’s al lekker gingen schaften. Op een dag zag de hoofdredactie zich gedwongen te berichten dat de beursberichten als gevolg van een storing níet konden worden meegenomen. En wat deed de dienstdoende zetter? Erop rekenend dat de afdeling correctie het zou schrappen, tikte hij “en voor mijn part komen ze nooit meer terug” onder die mededeling. En dááronder stond dus: “De hoofdredactie.” Helaas bleek het echter te laat om het stuk eerst nog te laten corrigeren. Dat waren nog eens tijden, mijnheer Van Amerongen! Deze jongen ziet dus vooral om in melancholie. Omstreeks deze tijd bestaat daar trouwens nog een extra reden voor, maar laat ik de Nieuwe Revu-lezer daar maar niet mee lastig vallen. Snik.
Dat is het wijf in mij, die truttigheid
Arthur: Kan het wellicht zijn dat je melancholie verwart met het syndroom van Korsakov, ouwe? Of waart er een Slavische ziel door je mistige hersenpan? Dat vind ik zo aardig aan Russen. Die zijn best wel zwijgzaam en stoïcijns maar zodra ze starnakel zijn, raken ze in vervoering en - erger - raken ze geëxalteerd en gaan ze keihard Ochi Chyornye zingen, een Russische smartlap die je wellicht kent als Dark Eyes, in de uitvoering van André Rieu & His Johann Strauss Orchestra tijdens het Preuvenemint op jouw geliefde Vrijthof in Maastricht. “Zwoarte óge, vuurige óge, hoeveul höb ich uch geliek, hoeveul höb ich gesjoad. In uch bliek laog gelök én gefaar, en ich kós d’r neet aan ontsjnappe.” Robbie, ik schiet ook regelmatig vol, zeker na het ledigen van een liter biologische aguardiente van de boer. Dan draai ik bijvoorbeeld Gaivota van Amália Rodrigues, Laat me van Ramses Shaffy en De Dievenwagen in de uitvoering van Willy Alberti. Zing effekes mee Hoogland, en geef je krokodillentranen de vrije loop: “Lach nooit als je die wagen ziet staan. Je kunt hen gerust wel betreuren. Denk maar alleen wat hij heeft gedaan. Kan morgen mij ook gebeuren.” Ik ben natuurlijk niet zo prehistorisch oud als jij, maar ik heb ook nog met de zetduivel te maken gehad. In het eerste jaar van mijn studie Arabisch en Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam, werkte ik voor een uitzendbureau bij Het Financieele Dagblad, dat toen nog zetelde aan de Wibautstraat in 020. Die krant werd nog met de hand gezet en ik kwam elke avond thuis onder de inktvlekken. Bij mijn afscheid kreeg ik een heuse letterbak kado en die staat nu op mijn bureau, vol met schattige frutsels, poppetjes en mini-cactusjes. Dat is het wijf in mij, Hoogland, die truttigheid. Ook daarom huil ik zo makkelijk. Iets anders: ik kreeg een telefoontje van Danny, onze hoofdredacteur, en die zei: wat trek jij aan ter gelegenheid van meneer Hoogland’s 50 jaar jubileum bij de Telegraaf? Ik was met stomheid geslagen, meneer Hoogland, want ik ben niet uitgenodigd! Je schaamt je voor mij! Je bent bang dat ik de notabelen van de T. ga beledigen, en met name Stan Huygens, jouw huisvriend Valentijn Driessen, de gezelligste man van Nederland, en jouw muze Marianne Zwagerman. Ik heb jou nota bene naar de bovenwereld getrokken toen ik als gerespecteerd Volkskrant-columnist jou vroeg om samen de rubriek Foute Jongens te gaan maken. Fair & balanced als ik ben, moet ik ruiterlijk toegeven dat jij toen onze audiëntie bij premier Rutte in het Torentje hebt geregeld om hem het eerste exemplaar van Het Grote Foute Jongens Boek 1 te overhandigen. Je was toen wel pissig op mij omdat Mark alleen maar oog had voor mij en voor mijn frêle jongenslijfje en totaal niet luisterde naar jouw anekdotes over jouw vlegeljaren bij het Noord-Hollands Dagblad in Hoorn. En nu flik je me dit. Welnu: ik trek mijn knalroze campingsmoking aan, zuip een fles oude jenever op en kom huilend en krijsend jouw feestje versjteren. Zo gaan wij niet met elkaar om, vriend. Na zdaró’vje, maar niet heus.
Te veel gedoe bij de betaling? iDeal is er ook, zowel voor een abo als voor een donatie. Klik op een van onderstaande buttons. Desgewenst wordt naar evenredigheid toegang tot de betaalde Substack-inhoud verleend.
Er is een gat in de betaalmuur. Na drie verwijzingen mag je een maand naar binnen, na zeven verwijzingen drie maanden, na twaalf verwijzingen een half jaar.





