#42 Feest! Een halve eeuw Telegraaf en ik ga gewoon lekker door
Datum: zondag 17 mei. Locatie: Nieuw Westert, Egmond-Binnen. Ik ontving een man of honderd om te vieren dat ik 50 jaar voor de krant der kranten schrijf. Bekijk de foto's en lees mijn toespraak.
Vrijpost - 42
Van de veertien mensen die tot nu toe, sinds de herverschijning in 1949, als hoofdredacteur van De Telegraaf fungeerden, heb ik er slechts drie niet in die hoedanigheid gekend: J.M. Goedemans, C.J. Brandt en J.J.F. Stokvis. De laatste legendarische man, onder wiens leiding de krant in duizelingwekkende vaart tot verreweg de grootste van Nederland ontwikkelde, nam afscheid in 1970. Ik heb hem daarna weleens nederig de hand geschud, maar maakte hem dus nooit als hoofdredacteur mee.
Ik werd als sportverslaggever aangenomen door de net zo legendarische Henri Goeman Borgesius. Ik had drie jaar bij het Noord-Hollands Dagblad en één jaar bij het Haarlems Dagblad achter de rug, kranten die werden geleid door heren van stand. Hoofdredacteur Jos Lodewijks van het HD begreep niet waarom ik in 1976 inging op een aanbod van Nico van der Zwet Slotenmaker, de toenmalige chef Telesport. “Heb jij dan geen principes?” vroeg Lodewijks mij. “Jawel hoor”, antwoordde ik. “Maar ik heb ook een hypotheek.”
Henri Goeman Borgerius, zoon van een minister, was een totaal andere man: morsig en dorstig, maar wel dag en nacht bezig met de krant, die hij niet alleen als hoofdredacteur, maar ook als directeur diende. Hij nam mij na een sollicitatiegesprek van twee minuten aan en ik was meteen dol op hem. Op zijn krant was ik ook meteen dol. Het was een vrijgevochten zooitje op de redactie. Iedereen ging zijn eigen gang, er werd nauwelijks vergaderd, maar er gleed wel elke dag een krant, een heel dikke krant destijds, met spraakmakende verhalen in de brievenbus.
Hoe dan ook: na Borgesius, zoals hij kortweg werd genoemd (en Borgesius werd voor ons dan weer Bor), waren achtereenvolgens Jacques Fahrenfort, Hans de Haas, Jan Langereis, Johan Olde Kalter, Eef Bos, Sjuul Paradijs, Paul Jansen en tenslotte het duo Kamran Ullah en Esther Wemmers hoofdredacteur. Dat is een indrukwekkend rijtje. Alleen Sjuul, Paul, Kamran en Esther zijn nog in leven. Dat moeten zij nog maar heel lang blijven doen.

Wat gebeurde er allemaal in 1976? Mao ging dood. Operatie Entebbe vond plaats. Jimmy Carter werd president. Rocky 1 ging in première. In Nederland hadden we de Lockheed- en Menten-affaires. En wat nóg belangrijker was: ik trad in dienst bij De Telegraaf, waarvan toen 500.000 exemplaren per dag werden verkocht (een kwart eeuw later waren het er zelfs 800.000). Mijn arbeidscontract ging twee weken eerder in dan oorspronkelijk afgesproken omdat de sportredactie tijdens de Olympische Spelen van dat jaar in Montreal niet genoeg mankracht had aan het thuisfront.
De veranderingen die de journalistiek in die halve eeuw heeft doorgemaakt zijn gigantisch. In de eerste jaren van mijn carrière, begin jaren 70 bij het NHD in Hoorn, werd de krant nog in lood gezet: onvergetelijke tijden waarbij je op de zetterij soms een stuk lood naar je kop kreeg gesmeten wanneer je de kopij te laat inleverde. Er was alleen de papieren krant (in het geval van De Telegraaf waren het er twee, er was ook nog ons Amsterdamse middagblad het Nieuws van de Dag). Dat hield in dat je werk af was als de krant was gezakt.
Nu is je werk nooit meer af (ja, voor mij wel, als hoogbejaarde columnist, maar voor al die anderen niet). Het is web first, zoals dat heet, dus als je verhalen actualisering behoeven moet dat meteen geschieden, en wel 24 uur per dag. Bovendien zijn er de socials. La Grande Dame Saskia Belleman is hier aanwezig. Een Egmonds meisje, het is dus een thuiswedstrijd voor haar. Zij ging twee weken geleden met pensioen. Het arbeidsethos van Saskia was indrukwekkend: zij schreef haar rechtbankverslagen voor print én voor online, maar twitterde er ook vanuit de rechtszaal op los, voor dik 300.000 volgers. Daarnaast verzorgde zij podcasts en was zij meerdere malen per week te gast in talkshows.
Kijk, dat is andere koek.
Geen zorgen, ik zal niet terugblikken op mijn carrière bij De Telegraaf, behalve dan met de mededeling dat het columnistenschap mij eigenlijk is komen aanwaaien. Het was absoluut niet door mij gepland. Vlak voor de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles kwam adjunct-hoofdredacteur Anton Witkamp op het idee om mij ter plekke dagelijkse columns te laten schrijven. “Ik?” zei ik. “Ja, jij”, zei hij. En dan had je het maar te doen. Het werd je niet gevraagd, maar opgedragen. En nu, 42 jaar later, zijn we dik 9.000 columns verder. Zo gaan die dingen.

Ik wil wel met één persoonlijk voorbeeld schetsen waaruit blijkt hoe rigoureus de journalistiek in die halve eeuw is veranderd. Ik moest het wereldkampioenschap hockey voor heren verslaan, dat eind 1981 en begin 1982 werd georganiseerd in Bombay, zoals Mumbai toen nog heette. Vanuit dat soort verre uithoeken stuurde je je verhalen toen nog door per telex, de voorganger van de fax. Het eerste wat je daarom na aankomst bij zo’n evenement deed was de beste telexist omkopen. Dat deed ik, waarna ik tevens aan een opdracht van Anton Witkamp moest voldoen. Hij kwam in Amsterdam op het idee om in ons oudejaarsnummer een feestelijke, paginabrede foto te plaatsen van het Nederlands hockeyteam, proostend op het nieuwe jaar. En dat moest ik regelen.
Op 29 december 1981 huurde ik daar in Bombay een lokale fotograaf in, met een camera uit het jaar nul. Verder kocht ik vijf flessen champagne bij de uitbater van mijn hotel en regelde ik met bondscoach Wim van Heumen dat zijn team zich op het trainingsveld zou verzamelen, waar de champagne uiteraard onmiddellijk werd ontkurkt. Zo waren die hockeyers en zo zijn ze nog steeds. Hoe dan ook werden daar de foto’s gemaakt, waarna de fotograaf het rolletje uit zijn camera trok, dat hij mij tegen betaling van een paar honderd roepie’s overhandigde. Vervolgens huurde ik een jongen met een brommer in, die mij dwars door al die sloppenwijken naar het vliegveld van Bombay vervoerde (het verkeer was daar toen al zo chaotisch, dat je dat beter per tweewieler kon doen).
Ik had mij er reeds van op de hoogte gesteld dat daarvandaan een KLM-toestel naar Amsterdam zou vertrekken, met NedLloyd-medewerkers aan boord die oud en nieuw thuis zouden gaan vieren. Een van die medewerkers sprak ik bij de incheckbalie aan met de vraag of hij dat rolletje zou willen meenemen. Hij bleek zeer achterdochtig. Maar toen ik hem er eindelijk van had weten te overtuigen dat het niet om drugs- of wapenhandel ging, verklaarde hij zich akkoord, op voorwaarde dat ik voor zijn achtergeleven collega’s in Bombay vrijkaartjes voor een wedstrijd van het Nederlands elftal tijdens dat WK zou regelen. Daarna vloog hij in tien uur naar Amsterdam, waar hij in de aankomsthal werd opgewacht door ons legendarische manusje-van-alles Ben Burgers, die het rolletje van hem in ontvangst nam en het een uurtje later in de doka van de fotoredactie liet ontwikkelen.

En zo kwam de foto op 31 december 1981 in de krant.
In twee dagen tijd!
“Wat snel!” riep bondscoach Wim van Heumen verrukt toen hij van het thuisfront had vernomen dat de foto was gepubliceerd.
Nu drukken de fotografen ter plekke op een knop en arriveert de kiek een fractie van een seconde later op de redactie aan de andere kant van de wereld.
Op naar de volgende 50 jaar!










TopRob, ik geniet dagelijks van je columns rechts voor zijn raap rechts door zee!
Ga zo door en Gefeliciteerd met je jubileum!
Geweldig Rob, gefeliciteerd en wat leuk al die foto 's er bij! Zeg Mona nog even dat ik helemaal 'weg' ben van haar mooie blouse!
Hoop nog heel lang van je hersenspinsels te genieten!