Vrijpost - 39
Laat ik dan toch maar het verhaal van Charlie vertellen.
Geen hondenverhaal, maar een kattenverhaal.
Ik hoop dat u in staat bent deze schok te verwerken.
Naast mijn honden – in chronologische volgorde een Schotse collie genaamd Carlos, de poedel Boris die na een aanrijding nog slechts drie poten kon gebruiken en om die reden door mijn vader werd omgedoopt tot Dreyfus, de cockerspaniël Gijs, de Berner Sennen Dara, de bouviers Boef en Boeli, de ‘Mechelse Beffer’ Bavink, die eigenlijk Ruby heette en in werkelijkheid voor zestig, zeventig procent een turco was, oftewel een Spaanse waterhond, en tegenwoordig dus het kleine Portugese kreng Bobbie, voorheen Pipoca – heb ik ook enkele katten als huisdieren gehad, zoals Beethoven, die stokdoof was, alsmede eentje die door mijn vrouw liefdevol Jolicoeur was gedoopt, naar het aapje uit ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot.
En dat terwijl mijn grootmoeder van vaderskant, die een viswinkel uitbaatte, er niet voor terugdeinsde om de katten die haar gelokt door de visgeur lastigvielen, onverwijld in een teil te verzuipen.
Zo zie je maar hoe snel een beschaving zich kan ontwikkelen.
Enfin.


